De eerste trainingen en wedstrijden zitten erop en je lichaam lijkt de start van het seizoen goed te hebben doorstaan. Toch ontstaan bij veel sporters pas enkele weken na de start van het seizoen de eerste klachten. Denk aan pijn rond de knie, lies, hamstring, achillespees of enkel.
Dat is niet zo vreemd. Een blessure ontstaat namelijk niet altijd door één verkeerd moment. Bij veel sportklachten speelt de verhouding tussen belasting, belastbaarheid en herstel een belangrijke rol. Juist na een aantal intensieve sportweken kan die verhouding veranderen.
De belasting neemt na de start van het seizoen snel toe
Na een zomerstop of rustigere periode verandert er vaak veel zodra het sportseizoen begint. Er wordt weer meerdere keren per week getraind, wedstrijden komen erbij en de intensiteit gaat omhoog.
Je lichaam moet zich opnieuw aanpassen aan die belasting. Dat geldt niet alleen voor je conditie, maar ook voor spieren, pezen en gewrichten.
Vooral bij sporten met veel sprinten, springen, afremmen en richtingsveranderingen kan de belasting behoorlijk oplopen. Denk bijvoorbeeld aan voetbal, handbal en hockey.
De eerste week hoeft dat nog geen problemen te geven. Wanneer dezelfde belasting zich meerdere weken achter elkaar herhaalt, kunnen klachten geleidelijk ontstaan.
Waarom ontstaan blessures soms pas na een paar weken?
Je belastbaarheid verandert niet van de ene op de andere dag. Het lichaam heeft tijd nodig om zich aan een hogere trainingsbelasting aan te passen.
Wanneer de belasting sneller stijgt dan je lichaam aankan, kan er na verloop van tijd een verschil ontstaan tussen wat je vraagt en wat je op dat moment kunt verdragen. Klachten hoeven daarbij niet direct tijdens een training of wedstrijd te beginnen.
Een sporter kan bijvoorbeeld de eerste weken zonder problemen trainen. Vervolgens ontstaat langzaam een zeurende pijn tijdens het lopen, springen of schieten. Eerst verdwijnt deze na de training weer. Later blijft de klacht langer aanwezig of begint deze eerder tijdens het sporten.
Zo kan een blessure geleidelijk zichtbaar worden.
Herstel tussen trainingen speelt ook een rol
Niet alleen de hoeveelheid training is belangrijk. Ook de tijd die je lichaam krijgt om daarvan te herstellen telt mee.
Tijdens een drukke sportweek kan een combinatie ontstaan van trainingen, wedstrijden, school of werk en andere activiteiten. Wanneer daar weinig slaap of onvoldoende rust bij komt, kan het herstel onder druk komen te staan.
Dat betekent niet dat iedere sporter veel rustdagen nodig heeft. Het gaat vooral om de balans tussen inspanning en herstel.
Een zwaar trainingsblok kan prima passen wanneer je lichaam daarop voorbereid is. Dezelfde trainingsweek kan te zwaar zijn wanneer je net terugkomt van vakantie, ziekte of een eerdere blessure.
Daarom moet je trainingsbelasting altijd in de juiste context bekijken.
Vermoeidheid kan invloed hebben op hoe je beweegt
Naarmate trainingen en wedstrijden zich opstapelen, kan vermoeidheid toenemen. Daardoor kan het moeilijker worden om dezelfde kwaliteit van bewegen vast te houden.
Bij sporten met veel explosieve acties kan dit bijvoorbeeld zichtbaar worden tijdens:
- sprinten en versnellen;
- landen na een sprong;
- snel afremmen;
- veranderen van richting;
- herhaaldelijk krachtige acties uitvoeren.
Dit betekent niet dat een afwijkende beweging automatisch tot een blessure leidt. Wel kan het interessant zijn om te kijken hoe een sporter beweegt wanneer vermoeidheid toeneemt.
Daarom kan binnen sportbegeleiding niet alleen naar kracht worden gekeken, maar bijvoorbeeld ook naar sprongkracht, snelheid, controle en sport specifieke belastbaarheid.
Een eerdere blessure kan opnieuw aandacht vragen
Sporters die eerder geblesseerd zijn geweest, kunnen aan het begin van een nieuw seizoen extra aandacht besteden aan hun opbouw.
Na een blessure kun je je in het dagelijks leven alweer volledig hersteld voelen. Een volledige training of wedstrijd vraagt echter vaak iets anders van het lichaam.
Een voetballer moet bijvoorbeeld meerdere keren kunnen sprinten en afremmen. Een handballer moet kunnen springen, landen en van richting veranderen. Alleen pijnvrij kunnen wandelen of rustig hardlopen zegt daarom niet alles over de belastbaarheid tijdens sport.
Een goede terugkeer naar sport bestaat daarom uit meer dan wachten tot de pijn verdwenen is. Gerichte sportfysiotherapie en een geleidelijke opbouw kunnen helpen om de stap naar volledige sportbelasting verantwoord te maken.
Hoe kun je de kans op klachten tijdens het seizoen verkleinen?
Niet iedere blessure is te voorkomen. Wel kun je rekening houden met factoren die invloed hebben op je belastbaarheid.
Bouw trainingsbelasting waar mogelijk geleidelijk op. Besteed daarnaast aandacht aan kracht, conditie en bewegingen die veel voorkomen binnen jouw sport. Zorg ook voor voldoende herstel tussen intensieve momenten.
Merk je dat een klacht tijdens meerdere trainingen terugkomt? Wacht dan niet automatisch totdat sporten niet meer lukt. Een beginnende klacht kan een goed moment zijn om naar de belasting en belastbaarheid te kijken.
Binnen Curfs Fysio & Sport kunnen we daarbij, afhankelijk van de sport en klacht, gebruikmaken van fysieke testen en gerichte training. Daarmee kunnen sterke punten en mogelijke aandachtspunten beter in kaart worden gebracht
Blijf gedurende het seizoen naar je lichaam luisteren
Een goede voorbereiding stopt niet zodra de eerste wedstrijd begint. Juist tijdens het seizoen blijft het belangrijk om de belasting, het herstel en je fysieke capaciteit op elkaar af te stemmen.
Klachten die pas weken na de start van het seizoen ontstaan, komen dus niet altijd uit het niets. Soms is er sprake van een belasting die zich geleidelijk heeft opgebouwd.
Heb je tijdens het seizoen steeds vaker last tijdens trainen of wedstrijden? Dan kan het verstandig zijn om te onderzoeken waardoor de klacht wordt beïnvloed. Bij Curfs Fysio & Sport kijken we daarbij niet alleen naar de pijnlijke plek, maar ook naar bewegen, sportbelasting, herstel en belastbaarheid.



